Uitgeverij Mens!

Congres


Let op: de voorinschrijving is verlengd tot 1 februari 2019!

Congres: Behandeling van vroegkinderlijk trauma en traumagerelateerde dissociatie

Kathy Steele, Suzette Boon en Onno van der Hart
14 maart 2019

Een van de belangrijkste gevolgen van vroegkinderlijke chronische traumatisering is dissociatie, variërend van mild tot ernstig. De traumatische ervaringen waren zo ondraaglijk dat, om het te overleven, dit beleven psychisch afgesplitst moest worden. Als de gebeurtenissen voorbij zijn, blijft deze opdeling in stand waarbij de traumagevoelens door een of meerdere delen van de persoonlijkheid worden bewaard en een of meer andere delen zich erop gaan richten om het leven zo gewoon mogelijk door te leven en de traumatische ervaringen op afstand te houden. Zo kunnen de traumatische ervaringen niet worden geïntegreerd en kunnen zij elk moment weer gereactiveerd worden.

Tijdens het congres zullen de psychotherapeutische principes worden besproken die van toepassing zijn op cliënten met vroegkinderlijk trauma, ongeacht de mate van dissociatie, en zullen zowel de gelijkenissen als de verschillen tussen cliënten zonder en met een dissociatieve stoornis worden benoemd.

Casusformulering – Kathy Steele (lezing in het Engels)
Chaos, vermijdingsstrategieën, weerstand, overdracht en tegenoverdracht, innerlijke conflicten, comorbide diagnoses en een onveilig-gedesorganiseerde gehechtheidsstijl zijn slechts enkele van de factoren die het lastig maken om de therapie op koers en de therapeutische relatie in evenwicht te houden bij de behandeling van cliënten met vroegkinderlijk trauma en dissociatie. Besproken zal worden hoe een casusformulering kan worden opgesteld die een overzicht biedt van de interne organisatie van de cliënt, de vaardigheden van de cliënt op dat moment en prognostische aspecten die van invloed kunnen zijn op het tempo van de therapie, waarna een rationeel behandelplan kan worden opgesteld. Daarbij zal worden verkend hoe op samenwerking gerichte therapeutische doelen kunnen worden vastgesteld, rekening houdend met de noodzaak om de behandeling aan te passen aan de individuele cliënt.

Stabilisatiefase – Suzette Boon (lezing in het Nederlands)
In Nederland zijn er – opnieuw – verschillende controverses over de behandeling van cliënten met vroegkinderlijk trauma en dissociatieve stoornissen. Een controverse betreft de noodzaak van een stabilisatiefase. Er zijn collega’s die van mening zijn dat het veel effectiever is om meteen de focus te richten op de traumatische ervaringen en de vermijding daarvan. Maar kan dat altijd, of zelfs nooit met deze complexe cliënten? Een andere controverse betreft het al of niet werken met dissociatieve delen van de persoonlijkheid. Is dat wel nodig? Worden de problemen niet erger? Deze dilemma’s zullen besproken worden. Daarnaast ligt de nadruk op de noodzaak van een therapeutische relatie die ‘goed genoeg’ is en welke obstakels een behandelaar kan tegenkomen bij het tot stand brengen van een werkrelatie met de persoon ‘als totaal’.

Traumatische herinneringen integreren – Onno van der Hart (lezing in het Nederlands)
Een essentiële uitdaging in de behandeling van vroegkinderlijk trauma en dissociatie is het vinden van een goed antwoord op de vraag wanneer, in het kader van een fasegerichte behandeling, de focus gelegd kan worden op de integratie van traumatische herinneringen. In elke therapie bestaat het risico dat hiermee te vroeg dan wel te laat wordt begonnen – of helemaal niet, terwijl daartoe wel de mogelijkheden bestaan. Specifieke uitdagingen voor de integratie/verwerking van traumatische herinneringen zullen worden besproken: (1) dissociatieve delen effectief bijstaan in het integreren van traumatische herinneringen en hierbij de voor de cliënt passende vorm gebruiken; (2) de te confronteren traumatische herinneringen zodanig opdelen dat het risico van falen, met alle gevolgen van dien, minimaal is; en (3) de zitting zodanig afronden dat het risico op ontregeling na afloop minimaal is.

Leerdoelen
Deelnemers zullen in staat zijn om:

1 Ten minste vijf prognostische factoren te beschrijven die beoordeeld zouden moeten worden bij het plannen van de behandeling van een cliënt met vroegkinderlijk trauma en dissociatie.
2 Beter te bepalen waarom, wanneer en hoe lang stabiliseren nodig is.
3 De voor- en nadelen te bespreken van het gebruik van de term ‘delen’ bij een bepaalde cliënt en – in het geval van een dissociatieve stoornis – te weten wanneer er het best met alle delen, een paar delen of een enkel deel kan worden gewerkt in de loop van de behandeling.
4 Ten minste vijf stabilisatietechnieken toe te passen die specifiek zijn voor het werken met vroegkinderlijk trauma en dissociatie.
5 Manieren te bespreken om dissociatie zodanig te behandelen dat dit tot grotere stabiliteit leidt bij de cliënt.
6 Ten minste vier benaderingen te noemen voor het werken met traumatische herinneringen die specifiek zijn voor cliënten met dissociatieve stoornissen.
7 Een aantal overdracht- en tegenoverdrachtfenomenen te herkennen.
8 Inzicht te hebben in de manieren waarop in kleine stapjes traumatische herinneringen geïntegreerd kunnen worden.

Kathy Steele, Suzette Boon en Onno van der Hart zijn de auteurs van het boek Behandeling van traumagerelateerde dissociatie.